Rien Bekkers 50e kletskampioen van Groot-Deurne (met dank aan Stefan Aarts)
Geplaatst door bestuur op 14 November 2016 23:38

Prins Werner I van de Pottenbakkers beleefde op de één na laatste dag van zijn heerschappij over het Pottenbakkersrijk een primeur; nooit eerder had een prins twee keer in zijn regeerperiode een kletskampioenschap meegemaakt. In een matig gevulde Metro vonden de 50e kletskampioenschappen van Groot-Deurne plaats op vrijdag 11 november, maar gezien het weinige publiek was Zeilberg nog niet in de juiste carnavalsstemming. Zeven kletsers traden deze avond op voor het publiek, wat tevens als jury dienst deed.

Als eerste trad Ton Brekelmans uit Udenhout in de ton als Toontje de Snotpin. Hij vertelde over zijn 12,5-jarig jubileum op de kleuterschool terwijl zijn vriendje Schele Henkie er al 25 jaar vertoefde. Met een uitgebreide mimiek kletste hij over wat hij op school en thuis zoal meemaakte en dat er genoeg te vertellen viel bleek wel uit het feit dat hij het vijftiende kind was, na Lodewijk (de veertiende). Een onderhoudende klets die het publiek kon waarderen.

Hierna was het de beurt aan Erik Mulder uit Maarheeze als opa van Epscheuten die in Huize Avondrood de boel danig op stelten zette. Volgens hem kon het beter Huize Bijna Dood heten en was zijn aanwezigheid wel nodig voor de levendigheid. Ook zijn Bets moest er regelmatig aan geloven, zo gaf hij tijdens het bakken van de gehaktballen op alles commentaar onder het motto “nou weet je eens wat ik meemaak als we auto rijden”. In Huize Avondrood moest de koffie ’s middags overigens wel op tijd geserveerd worden, anders brak de 80-jarige oorlog uit…een prima klets met enkele rake grappen.
Als derde was het aan Jorlan Manders uit De Mortel om zijn kunsten te vertonen als Toontje de Klusjesman. Als klusjesman voerde hij alle karweitjes uit met als slogan “Komt u voor service en garantie, dan is Toontje op vakantie!”. Dat hij een geboren klusser was merkte zijn moeder al vroeg. Zijn eerste woordje was niet mamma, maar Gamma. Ook zijn verhaal over de behangperikelen van de buurman ging er goed in. Deze had hem gevraagd hoeveel rollen hij had gekocht voor het behangen van een kamer met dezelfde afmetingen als de zijne. Toen later bleek dat er zes rollen over waren en de buurman verhaal kwam halen reageerde hij “ja, dat had ik ook”. Een leuke vlotte klets die het publiek kon waarderen.

Ronnie Renesse oftewel de jonge René van den Heuvel uit Helmond was hierna aan de beurt. De volkszanger, ontdekt op de camping in Renesse, kon eigenlijk niet zingen vanwege een grote poliep. Maar de twee maanden die dit zou duren zouden ze volgens zijn manager Mike Rofoon wel uitzingen. Volgens deze manager moest de titel van zijn nieuwe cd wel blijven hangen. Vandaar dat Ronnie deze de titel “Jouw foto aan mijn muur” mee had gegeven. Een klets met goede grappen, maar helaas niet altijd opgepikt door het publiek.

Als enige vrouw mocht Christel van den Dungen uit Tilburg als vijfde aan de bak. Haar creatie van Lies Teelor zocht een man met een groot huis, een jacuzzi en een grote boot maar was daarin ondanks diverse pogingen nog niet in geslaagd. Haar bruidsboeket was naar eigen zeggen van Pleurop-kwaliteit, maar paste goed bij haar; het was namelijk een droogboeket. Volgens één van haar exen moest ze maar trouwen in het wit omdat dit goed paste bij de rest van de huishoudelijke apparaten. Gevraagd naar het waarom van rijst gooien na de plechtigheid kwam ze met een logische verklaring. “Aardappels komen zo hard aan!” Een goede klets over huwelijkse capriolen die droog gebracht werd.

Oude rot Frans Bevers uit Oirschot was als voorlaatste aan de beurt als Ciske van de NS. Op de voor hem kenmerkende manier verhaalde hij over wat er zoal gebeurde tijdens zijn diensten. Dat hij bij de NS zou gaan werken was vrij logisch: niemand kon met hem overweg, hij was een eersteklas dwarsligger en hij spoorde niet. Uiteraard was er zoals altijd volop contact met het publiek dat dit kon waarderen. Zijn NS-avonturen brachten hem van Amsterdam naar Maastricht en door de rest van het land. Maar steeds met in het achterhoofd: Al is de reiziger nog zo snel, de NS vertraagt hem wel!” Een klets waar het publiek wel raad mee wist.

Ten slotte was het de beurt aan Rien Bekkers, ook zeker geen onbekende in het Zeilbergse. Rinuske T(r)ap, de wielrenner van Wieler Club Olland klom als laatste in de ton. Met een vlotte klets wist hij het publiek op zijn hand te krijgen met de verhalen over de club, waarvan enkele zich afspeelden in het clubhuis: café Het Vochtige Vogeltje. Dit clubhuis was net Lourdes, maar dan andersom; mensen kwamen er lopend binnen…De verplichte dopingtest vonden ze overigens maar een hoop gezeik. De Cauberg werd bedwongen met een bont gezelschap, zoals de chinees Ug Lie. Verder deed er nog een Antilliaan mee in de bolletjestrui, maar deze zat in de verkeerde ontsnapping. Een goedlopend, amusant verhaal wat zeer gewaardeerd werd door het publiek.

Voor de stemmen geteld waren was al wel duidelijk dat de winnaar uit het laatste deel van het programma zou komen. Want hoewel over het algemeen de kletsers behoorlijk uit de verf kwamen staken de twee met de meeste ervaring er toch wel bovenuit. Dit bleek ook wel bij de uitslag:Jorlan Manders werd derde,Frans Bevers tweede, terwijl Rien Bekkers met de eerste prijs aan de haal ging. Bevers had nog een woordje voor het publiek en gaf aan dat hij hoopte dat iedereen de volgende keer twee mensen meer mee zou nemen om zodoende de zaal beter gevuld te krijgen. Laten we voor de organisatie hopen dat dit ook gaat gebeuren!